Currently No Video Available
Clean Lyric
Paragraph Lyric
Albert Bol - Op de Heuvel in het park

Als men in de zomeravond gaat flaneren
Of een heerlijk wandelingetje wil doen
Nou, dan ziet men jongelui, zonder generen
Elkander pakken door 't geven van een zoen

Ouwe mensen, die daar lopen, zouden zeggen
"Het is toch schande, wat is dat nu voor een tijd
Als er zoiets in mijn tijd es moest gebeuren
Het was bepaald een slechte jongen of een meid"

Maar nu is 't andersom

refrein:
Op de Heuvel in het Park, op de bankjes in 't groen
Daar zitten veel bedaardjes
Lieve, jonge paartjes
Op de Heuvel in het Park, op de bankjes in 't groen
Daar zitten jonge paartjes
O, wat zouden die daar doen

Een ouwe jonge juffrouw, veertig jaar te boven
Zat voor 't open raam te zuchten en zei teer
"Heel m'n leven heb ik niks gedaan dan sloven
En nog nooit heeft mij gekust een knappe heer"

Maar in 't donker zoekt zij naar de stille plekken
In de hoop dat bij haar komt een lieve man
Maar ziet men haar, dan zeggen die knappe jongens
"Zeg, ouwe juffer, jouw lantaren die gaat niet an"

Dan gaat ze naar huis en ze zucht

refrein

Een dikke keukenmeid, die ging onlangs eens vragen
Of ze vrij mocht, want d'r opa was niet goed
"Ach, mevrouwtje", zo begon ze eerst te klagen
"Het is verschrikkelijk, zo'n ouwerwetse kloet"

"Je kunt wel gaan", zei mevrouw onder 't denken
"Ga, als je wilt en als het toch niet anders kan"
Ze liep 'r na, en in het park gekomen
Daar zat ze op een bankje met een jongeman

Mevrouw dacht toen een enk'le keer, ai

refrein
Albert Bol - Op de Heuvel in het park      Als men in de zomeravond gaat flaneren   Of een heerlijk wandelingetje wil doen   Nou, dan ziet men jongelui, zonder generen   Elkander pakken door 't geven van een zoen       Ouwe mensen, die daar lopen, zouden zeggen   "Het is toch schande, wat is dat nu voor een tijd   Als er zoiets in mijn tijd es moest gebeuren   Het was bepaald een slechte jongen of een meid"       Maar nu is 't andersom       refrein:   Op de Heuvel in het Park, op de bankjes in 't groen   Daar zitten veel bedaardjes   Lieve, jonge paartjes   Op de Heuvel in het Park, op de bankjes in 't groen   Daar zitten jonge paartjes   O, wat zouden die daar doen       Een ouwe jonge juffrouw, veertig jaar te boven   Zat voor 't open raam te zuchten en zei teer   "Heel m'n leven heb ik niks gedaan dan sloven   En nog nooit heeft mij gekust een knappe heer"       Maar in 't donker zoekt zij naar de stille plekken   In de hoop dat bij haar komt een lieve man   Maar ziet men haar, dan zeggen die knappe jongens   "Zeg, ouwe juffer, jouw lantaren die gaat niet an"       Dan gaat ze naar huis en ze zucht       refrein       Een dikke keukenmeid, die ging onlangs eens vragen   Of ze vrij mocht, want d'r opa was niet goed   "Ach, mevrouwtje", zo begon ze eerst te klagen   "Het is verschrikkelijk, zo'n ouwerwetse kloet"       "Je kunt wel gaan", zei mevrouw onder 't denken   "Ga, als je wilt en als het toch niet anders kan"   Ze liep 'r na, en in het park gekomen   Daar zat ze op een bankje met een jongeman       Mevrouw dacht toen een enk'le keer, ai       refrein