Hé kleine schoorsteenveger,
je gezicht is nat van verdriet.
Wie heeft je
Geef de reiziger een stoel,
geef hem brood en droge kleren,
laat
Het Spaarne stroomt,
het Spaarne stroomt,
het Spaarne stroomt voorbij.
Voor
Ik zal je iets vertellen
voor we slapen gaan.
Ik was vandaag
Hoe sterk is de eenzame fietser
die kromgebogen over zijn stuur
tegen
Ik hoor de kinderstemmen,
ik hoor ze op het veld.
Hun lachen
Nu valt de nacht
zacht als de sneeuw
en alles staat stil
Ik heb nog twee paar schoenen in Madrid
waarvan een paar
Ik was een kleine jongen zondagochtend was een hel
En
Je had een vrouw, een huis,
je had je eigen leven.
Maar
Iedere nieuwe lente
is alles nieuw voor mij,
want de winter is
